Wijnen voor het dessert

Volgen we hier het principe van het contrast dan moeten we bij de zoete desserts een mousserende wijn extra brut of  brut serveren. Maar sommeliers wijken van dit patroon af en serveren passiti, reciotto en amabile wijnen. Allemaal zoete of likeureuse  wijnen. 

 

  • Bij het traditioneel gebak panettone kan je een lichte zoete wijn schenken.
  • Bij dessertgebak met crème of roombereidingen dan denken we aan een meer likeureuse wijn.
  • Dessert om uit te lepelen combineren goed  met zoete witte wijnen en halfzoete tot zoete spumante.
  • Gebak uit de oven vlaaien of koekjes daar schenk je passiti wijnen bij.
  • Maak je gebruik van een bepaalde likeur bij de ingrediënten van dessert dan schenk je dezelfde likeur.
  • Bij chocolade of bij dessert met chocolade moet je weten dat chocolade een zeer overheersende smaak heeft, waardoor een combinatie met wijn moeilijk wordt. Dus raar maar waar bij chocolade zou je een koel glas bruisend water kunnen  serveren of je moet naar een zeer zoete krachtige rode wijn gaan of een likeur als marsala. 

Vermijd moeilijke combinaties

  • Artisjokken en vijgen gaan moeilijk samen met wijn tenzij ze een onderdeel zijn van het recept
  • Rode wijn bij gerechten met hoog zuurgehallte (azijn/citroen) of eventueel een droge witte
  • Bij paddestoelen combineert rode wijn met tannine beter dan witte wijn
  • Eieren combineer je met een jonge witte wijn
  • Bij jonge zachte smeerkazen enkel jonge zachte wijnen met lichte zuren
  • Bij ijsdessert is de beste keuze een mousserende witte Asti spumante of Moscato d’Asti